|
Lieve lezers, excuses voor het lang uitblijven van updates, maar er waren weinig internet cafés te vinden in de Sahara. Om het goed te maken bij deze een extra uitgebreide update.
Na wederom een nachtje wild kamperen, dit keer aan een lagune een kilometer of 20 van Dakhla, zijn we op pad gegaan voor de laatste 400 km Marokko/Westelijk Sahara. Dit waren echte de saaiste kilometers ever. Links niets, rechts niets. Rechte weg, geen tegenliggers en slechts 1 mede weggebruiker die ook naar het zuiden ging. Een vent op een brommertje met een hengel. Ruim 200 km van de bewoonde wereld.
Bij de grens moesten we van onze laatste biertjes af zien te komen omdat Mauritanië geheel alcohol vrij is. We probeerden de biertjes nog aan voorbijgangers in de andere richting te slijten maar dat mocht niet van de meneer met het geweer. Op zijn aanwijzing gooiden we de biertjes in een verder lege vuilnisbak. De auto achter ons kon nog net zien hoe hij ze er uit liet vissen door een van zijn ondergeschikten.  Grenzen werken in dit deel van de wereld enigszins anders dan in Europa. Als we na een uurtje onderhandelen eenmaal Marokko uit zijn, komen we in een stuk niemandsland. De Mauretaanse grens ligt ongeveer 15 kilometer verderop. De weg in het niemandsland bestaat uit wat kaalgesleten rotsen, want er is hier dus geen overheid om een nieuwe weg aan te leggen. Overal liggen autowrakken, omdat je die hier gemakkelijk en goedkoop kan achterlaten. Wat er gebeurt als iemand je probeert te beroven in dit stuk wetteloze land is voor ons volstrekt onduidelijk, en daar denken we maar niet te veel over na.  Doordat we onze Samurai Powerrr weer goed gebruiken op dit rotsige stuk, staan we redelijk ver vooraan in de rij bij de volgende grens (niet dat we hier iets mee opschieten, want we moeten uiteindelijk toch op de hele groep wachten). Vergeleken met de bureaucratie in Mauretanie is Marokko een Schengenland. Uiteindelijk duurt het ongeveer vijf uur voordat we de grens over kunnen, dus het komt goed uit dat we vanochtend vrij vroeg zijn opgestaan om op tijd door de grens heen te komen. Als het donker wordt gaat de grens namelijk dicht, en kan je een nachtje wachten.  Eenmaal over de grens krijgen we gelijk een stukje geschiedenisles. Toen Spanje in 1975 weg ging uit de westelijke Sahara, wilden Marokko en Mauretanie dit stuk land beiden wel hebben. Doordat Marokko militair superieur was, hoort de westelijke Sahara nu bij Marokko. Om er voor te zorgen dat Mauretanie het niet in zijn hoofd haalt om te proberen het terug te pakken, hebben ze vlak over de grens een mooi mijnenveldje neergelegd. We moeten dus opletten waar we rijden. Het is echt heel apart om te zien hoeveel invloed een grens, iets wat toch redelijk willekeurig ergens is geplaatst, heeft op het land. Eenmaal over de grens zien de mensen er niet Arabisch meer uit maar zijn het echt negers, zoals we dat verwachten in Afrika. Daarnaast is het land ook een stuk minder georganiseerd dan Marokko, en het leven speelt zich nog veel meer af op straat. De eerste stad die we inkomen is Nouadibou. Dit is de tweede stad van Mauretanie, en heeft vrij veel inwoners. Toch krijgen we de indruk dat het meer gewoon een heel groot dorp is, dan een echte stad. Nergens hoogbouw en vrij veel armoede. Toch zijn de mensen erg aardig en je voelt je hier prima op je gemak. Vlak buiten de stad ligt nog steeds de Sahara waar we al een flinke tijd doorheen rijden. Maar in Mauretanie is er een groot verschil met Marokko: hier lopen er geen wegen door de woestijn, maar moeten we dwars door het zand! Daar is de Samurai natuurlijk het meest in zijn element. Omdat het natuurlijk levensgevaarlijk is om in je eentje de Sahara te doorkruisen, hebben we een groep gelijkgezinden bijeen geraapt om het avontuur mee aan te gaan. Even voorstellen:
Team ‘de roze dildo’ bestaat uit Lex en Erik. Twee levensgenieters die weinig moeite hebben om zich aan te passen aan de relaxte Afrikaanse sfeer. Hun roze Astra valt van ellende uit elkaar en is op zijn zachtst gezegd niet de meest geschikte wagen voor de woestijn. Toch gaan ze er dapper mee door. De mannen van de ‘Blauwe kameel’ zitten gedrieën in een Ford transit. Ook al hebben ze geen vierwielaandrijving, het vermogen van de transit maakt een hoop goed. Onder het motto van ‘gang is alles’ komen ze de meeste obstakels wel door. Op het moment dat er gekampeerd moet worden hebben Jeroen, Rinke en Olivier het goed bekeken. Door middel van een heftige constructie met een lattenbodem kunnen ze comfortabel in de bus slapen. Degene onder de lattenbodem slaapt alleen wel iets onrustiger, omdat de lattenbodem elk moment naar beneden kan komen.  Team ‘the story of the laughing camel’ (welke naam een parodie is op de bekende documentaire ‘the story of the weeping camel) bestaat uit Bart en Mariken. Zij zijn het enige team waarvan de gemiddelde leeftijd niet precies 25 is, maar iets hoger. Hun Rocky met 1.6 motor is niet echt een snelwegmonster, want ze missen wat vermogen. In de woestijn komt hij beter tot zijn recht. Slapen doen ze op het dak van de auto, en ze hebben een enorme hoeveelheid heftige kampeer gadgets omdat Bart bij de Bever sport werkt. Rik en Paul, de Sultans of Sunburn, zijn compleet gestoord. Ze rijden in een Vitara, dus een zusje van onze Samurai. Om te auto te starten zijn altijd een paar flinke tikken op de startmotor nodig. Team Adviestalent is een uitzondering op de meeste andere deelnemende teams, het bestaat namelijk uit een tweetal dames: Margriet en Els. Klussen is niet hun sterkste punt, dingen regelen daarentegen wel. Hun Nissan Patrol is hierdoor van alle gemakken voorzien! Omdat het zo een nieuwe auto is, is het wat lastiger om hem open te maken als je de sleutels er in hebt laten liggen. En dan de man waar Eelko soms een beetje jaloers op is: Leon. Hij legt het traject Ams-Dakar namelijk af op een Honda XL-600 motor, een 600 cc eencilinder. Ondersteund door de Sultans of Sunburn leert hij elke dag nieuwe trucjes op zijn motor, hij heeft zijn rijbewijs namelijk nog niet zo lang en dit is zijn eerste motor. Zoals gezegd zijn er in de Mauretaanse Sahara geen wegen, en dus zijn er ook geen bordjes waarmee we de weg kunnen vinden. Om toch niet te verdwalen hebben we een gids meegenomen: Sidi. Zijn rappe Frans verstaan we niet altijd, maar hij wijst ons wel altijd de goede kant op. Hieronder staat onze Grote Leider op de auto om de woestijn alvast een beetje te verkennen. Eenmaal in het zand krijgen we les 1 van het terreinrijden: bandenspanning. Normaal hebben we ongeveer 2.5 bar aan luchtdruk in de bandjes, maar die moet omlaag om meer grip te krijgen op het zand. Alsof we op een toeristen cruise zijn: een kudde kamelen verschijnt. Ze lopen los rond en worden met een lokzang naar huis geroepen. Geen idee hoe dat in de praktijk gaat, we hebben in dagen geen dorpje of iets wat daar op lijkt gezien… Op de mulle zandpaden is het lekker stoffig. Upwind van je voorganger blijven dus en raampjes een beetje dicht houden. Dat is trouwens niet zo relaxt bij 40 graden. In het mulle zand reden we met 4 wiel drive aan en zodra het een beetje harder werd snel naar 2 wiel om de tussenbak te sparen. Op de tweede dag in de sahara heeft Leon een goeie crash gemaakt met zijn Honda. Een paar bulten zand met kamelengras achter elkaar resulteerde er in dat hij met 80 per uur gestrekt over het stuur ging. Gelukkig was hij OK, slechts een paar blauwe plekken en wat stijf. Na het recht zetten van de voorvork en het verwijderen van de gesloopte dashboard onderdelen konden we weer verder. Leon wilde even van de schrik bekomen en nam plaats in de blauwe kameel. Omdat het echt echt niet anders kon heeft Eelko de motor jurk aangetrokken en de rest van de dag gereden. Dit vond hij heel erg. De sahara is eigenlijk veel steen en relatief weinig zand. We reden steeds over harde stukken met om de paar honderd meter een mulle strook. Hier kwamen de Opel en de bus regelmatig in vast te staan. Gelukkig hadden wij Samurai power om sleepjes te geven. Hier onder staat de Samurai even bij te komen in de spaarzame schaduw. Op de laatste dag in de sahara zijn we over het strand gaan rijden. Om 10 uur knalden we de duinen door zodat we met laag water langs de vloedlijn konden rijden. Ruitenwissers aan en ramen dicht. De Sam heeft een lekker slokje zout water gehad maar we denken dat hij het wel lache vond.
Na slechts 15km kwam de bus genadeloos vast te zitten en moesten we flink aan de bak om de auto los te krijgen terwijl de golven tegen de auto stonden te beuken. Zelfs de gids werd er een beetje zenuwachtig van. Toen de bus eenmaal los was hebben we nog een klein stukje gereden maar de golven werden steeds groter en het strand smaller. Rond de middag werd het te gevaarlijk en zijn we gestopt. Uiteindelijk hebben we ter plekke tenten opgezet en zijn we 24 uur later pas door gereden. Het water was zo hoog gekomen dat we meerdere keren moesten verkassen.
Na een dagje langer in de sahara zijn we de eerste afslag van het strand af gegaan een vissersdorpje in. Voor het eerst weer andere mensen. Sidi was erg blij dat we van het strand af waren. Vanaf daar hebben we plankgas doorgereden naar de grens van Senegal en door naar de befaamde Zebrabar waar inmiddels laat op de avond een lekker koud biertje op ons stond te wachten en snel nog even wat couscous werd opgewarmd.
|